Geschiedenis van het krulbollen

Bert van Gelder
In het programmaboekje van vorig jaar, 2011, schreef ik over middeleeuwse spelen, die mogelijk de voorlopers zijn geweest van het hedendaagse krulbollen. In een artikel, dat ik dit jaar op internet ontdekte over middeleeuwse ‘Bowling Games‘ noemt de schrijver baron Modar Neznanich naast de spelen ‘Circle Pins‘ en ‘Bowls’ ook het spel ‘Targa‘.
Circle Pins‘ [een vorm van kegelen, die onderscheiden wordt van ‘Kayles‘ omdat de kegels worden neergezet in een cirkelvorm] kon – volgens Neznanich – ook, in plaats van met een bal, met een platte schijf gespeeld worden en heette dan ‘Roly Poly‘.
Bowls‘ of ‘Bocce‘ was het spel dat we tegenwoordig ‘Jeu de Boules‘ noemen. Het had met krulbollen de overeenkomst dat het bijna overal in de natuur gespeeld kon worden, met als enige eis dat het speeloppervlak enigszins geëgaliseerd moest zijn.
En over het spel ‘Targa‘ schrijft Neznanich dat de oorspronkelijke naam van het spel verloren is gegaan, dat het werd gespeeld als ‘Bowls‘, maar dat in plaats van een balletje een in de grond gedreven staak het doel was, en dat punten gescoord werden door de ploeg die zijn ballen of schijven het dichtst bij de staak rolde. Hij schrijft: ‘ Tegenwoordig wordt dit spel – als er platte schijven gebruikt worden – “Rolle Bolle” genoemd ‘. Er is dus geen twijfel mogelijk dat ‘Targa‘ het spel ‘Krulbollen’ is.

Het beste bewijs dat er in ieder geval ook in de 17e eeuw gekrulbold werd, is de hier afgedrukte bolling langs de oever van de Schelde tegenover Antwerpen uit het jaar 1650. De spelers maken hier – zo te zien – gebruik van dunne krulbollen en geen staak. Het doelwit zal een steentje geweest zijn.

Op een schilderij, gemaakt door David Teniers de Jonge uit dezelfde tijd zijn het ballen, waarmee de boeren hun bolling spelen. Duidelijk is te zien dat ze twee staken in de grond hebben gestoken. De twee ploegen lijken uit ieder vier personen te bestaan. Terwijl een van de spelers zijn blaas leegt tegen een huismuur, geeft een ander zijn ploeggenoot aan welke bal van de tegenstander het beste ligt en dus weggeschoten moet worden.
Bij een onderzoek in de Nederlandse krantenarchieven bleek mij dat IJzendijke al in 1866 zichzelf stevig op de kaart had gezet als krulbolwerk, gezien bijgaand artikel uit de Middelburgsche Courant van 19 augustus 1866. Er is sprake van een florerende sociëteit van de Krulbol, de Vereenigde vrienden’, die in de uitspanning van Sophia Albertina Antheunis, weduwe van CJ.de Deckere, een bolling georganiseerd heeft, waar in ieder geval de ploegen van Aardenburg, Watervliet, Waterland-Oudeman en Maagd van Gent op af gekomen zijn. Interessant zou het zijn om te weten hoe lang de bovengenoemde sociëteit in IJzendijke op dat moment al bestond. Mogelijk dat dat in de toekomst nog uit archiefonderzoek zal kunnen blijken.
Een jaar later, in 1867, is er wederom een groot boltoernooi in IJzendijke, dat echter, door twee oorzaken die buiten de schuld van de organisatoren liggen, een smet oploopt: Bijzonder onsportief is het gedrag van de bollers uit Moerkerke en die uit Hoofdplaat, en bij de huldiging van de winnaars na afloop misdragen notabelen van IJzendijke zich schandalig. [Sluisch Weekblad van 23 augustus 1867] Wat opvalt is het grote aantal deelnemende sociëteiten uit Nederland: Oostburg, Biervliet en Hoofdplaat, terwijl Waterland-Oudeman weer en nu ook Moerkerke uit België aanwezig waren. Naast de bovengenoemde sociëteit van de Krulbol, de Vereenigde vrienden’ is er nu ook sprake van een tweede IJzendijkse krulbol-sociëteit ‘Al doende leert men’.
Met een krulboltraditie in IJzendijke, die op dit moment aantoonbaar minstens 145 jaar bestaat en zeker door een groot aantal IJzendijkers buitengewoon gewaardeerd werd en wordt, lijkt het logisch en niet meer dan terecht dat het huidige bestuur van krulbolclub ‘Molenzicht’ de ambitie heeft het spel op de Unescolijst van Immaterieel Erfgoed toegevoegd te krijgen.

Een ruzie aan de klosbaan

Hugo Lambrechts-Augustijns

Het verhaal speelt zich af in 1612 aan de “closbaene” van een Antwerpse herberg[1]. Een ‘closbane’ of ‘clootbane’ is een bollebaan of een beugelbaan, die in Vlaanderen ook gekend was. In een Brugs charter staat: “dat men gheene … caetspelen en gheve, closbane noch andren spelen”  en: “(dat niemand) dancsers en stelle, stove en heete, caetspelen, closbaenen noch andere spelen en houde.”